Fantasy met een vleugje SF was hot in de late jaren ’70 en de jaren ’80, vooral na het succes van Star Wars. Alles met zwaarden, ruimteschepen, lichtgevende wapens en vage kapsels kreeg meteen groen licht, in de hoop dat het succes zich zou herhalen. Krull is misschien wel een van de puurste uitingen van die waanzin. Op papier was de film bedoeld als een kruising tussen Star Wars en Lord of the Rings, maar dat komt er toch niet helemaal uit. Het is een beetje een puinhoop. Desondanks is Krull nog steeds leuk, inventief en onmiskenbaar charmant. En very very 80s.
Fantasy kreeg ook een zetje omdat klassiek geschoolde acteurs er wel brood in zagen om in een raar pak monsters te bevechten en prinsessen te bevrijden. Star Wars (1977) kwam met de Britse veteranen Alec Guinness en Peter Cushing. Christopher Lee was er vroeg bij met Arabian Adventure (1979), Helen Mirren, Liam Neeson en Patrick Stewart gaven Excalibur (1981) gravitas, al is dat meer classic fantasy zonder SF. Ian McDiarmid (die later ook nog de opperschurk zou spelen in de Star Wars vervolgen) en Ralph Richardson waren hetzelfde jaar te zien in Dragonslayer. Brian Blessed gaf een heerlijke performance in Flash Gordon (1980), bijgestaan door Max von Sydow, die in 1982 ook nog Conan the Barbarian maakte. Laurence Olivier, misschien wel de beste acteur ooit, wierp zich op Clash of the Titans (1981), Zelfs de makers van het toch best slechte Starcrash waren slim genoeg om Christopher Plummer in te schakelen voor een cruciale rol. En als Jodorowsky’s Dune wel gemaakt zou zijn dan zou ook die film vast wel een aantal echte acteurs hebben weten te strikken. Krull is wel gemaakt en schaar ik op dezelfde hoogte als Flash Gordon: niet al te best maar visueel valt er veel te beleven. En de film heeft een paar castleden die wel iets kunnen.
De effects van Krull zijn voor die tijd echt bewonderenswaardig en er zijn talloze decors gebouwd om de fantasierijke, middeleeuwse maar toch enigszins hightech wereld tot leven te brengen. Van de paleizen tot het geweldige teleporterende fort waar het beest, de antagonist van Krull, zijn intrek heeft genomen. Zelfs de ontwerpers van de wapens zijn los gegaan met een soort lasersperen voor één schot die worden gehanteerd door het leger van Slayers en de vijfpuntige Glaive waarmee prins Colwyn zwaait. Een wapen dat geintroduceerd wordt als iets mythisch maar in de praktijk vrijwel onbruikbaar is. Maar grappig is het wel. Ook de score van de toen nog jonge James Horner is lekker bombastisch.
Daar staat tegenover dat het verhaal nogal generiek is. Prins Colwyn moet zijn aanstaande zien te bevrijden uit het fort van het beest, geholpen door een bij elkaar geraapt zooitje handlangers.
Krull kan maar niet helemaal beslissen wat het nu eigenlijk wil zijn. Het is te grimmig voor kinderen, te serieus om camp te zijn, en te vreemd voor een mainstream sciencefictionfilm. Het zit in het niemandsland waar alle betrokkenen het heel serieus nemen, terwijl het publiek zich afvraagt waarom middeleeuwse boeren tegen buitenaardse wezens vechten. Gelukkig zijn er een aantal individuele scenes die echt wel de moeite waard zijn en visueel is het vaak overdonderend. In bijrollen zien we onder andere nieuwkomers (weer) Liam Neeson en Robby Coltrane (Harry Potter) en ervaren acteurs als Alun Armstrong, Francesca Annis, Freddie Jones en David Battley. Een ouderwets en vaak traag fantasy epos dat volstrekt ongeschikt is voor de aan snelheid en aan cgi gewende kijkers van nu.

