Wat begon met een bericht op 4chan in 2019, gevolgd door een serie korte films op zijn Youtube-kanaal Kane Pixels, maakte van Kane Parsons de tot nu toe jongste regisseur die een speelfilm voor productiemaatschappij A24 heeft geregisseerd. Hij volgt in de voetsporen van Danny and Michael Philippou die eerder promoveerden van Youtube naar filmdebuut Talk to Me. Parsons werkte zijn voorfilms en promotieverhalen uit tot een beklemmende film die me met open mond achterliet. Backrooms is een eigentijdse indie-horrorvariant op een andere kleine maar tegelijkertijd enorme film: The Blair Witch Project.
Het jaar is 1990. Clark (Chiwetel Ejiofor), manager van de van zichzelf al enge meubelzaak Cap’n Clark’s Ottoman Empire, is een mislukte architect die door zijn vrouw het huis is uitgezet en nu woont in de winkel. Zijn enige vertrouwelinge is zijn therapeute, dr. Mary Kline (Renate Reinsve, The Worst Person in the World). Wanneer de lichten beginnen te flikkeren, gaat hij op onderzoek uit in de kelder en vindt hij een doorgang in een van de wanden. Die leidt naar een bizarre wereld waarin een oneindige reeks onbestemde kamers met gangen en vreemde doorgangen aan elkaar verbonden is. Clark probeert het in kaart te brengen maar het is gewoon te veel. Aan dit eindeloze labyrint van zandkleurige vloeren, verzonken en samengesmolten meubels en desorienterende geluiden komt geen einde. Elke deur waar Clark doorheen gaat, lijkt op een verwrongen manier op de werkelijkheid. Hij keert terug naar die werkelijkheid om het aan iedereen te vertellen. Mary, zijn cameraman Bobby en diens vriendin Kat, maar niemand gelooft hem. Uiteindelijk raakt Clark vermist. Mary, die zelf met haar eigen demonen worstelt, gaat de deur binnen om hem te vinden.
Parsons maakte Backrooms vanuit zijn fascinatie voor wat bekend staat als creepypasta, horror die gemaakt is voor en gedeeld wordt op internet. Het is een underground fenomeen, waar ik nog nooit van gehoord had (ben ook niet bepaald van zijn generatie) maar nu ineens wereldnieuws is. Parsons weet het amateurisme van het fenomeen te ontstijgen met een verbluffend oog voor detail in zowel sfeer als productie. Hij laveert tussen passie en obsessie voor de uiterst vreemde ruimtes die al in zijn korte films de hoofdrol spelen en nu uitgewerkt worden tot puur onbehagen.
Backrooms heeft een verontrustende soundscape, een mix van de muzak zoals je die in vage hotels hoort, het lage gezoem van de plafondlampen, vage radiostemmen en geluiden die rechtstreeks uit de hel lijken te komen. De 30.000 vierkante meter aan gebouwde decors en sets die voor de film zijn gemaakt, worden verkend met traditionele filmtechnieken en de found-footage-stijl die beroemd werd door The Blair Witch Project. Het leidt tot een gevoel van onbehagen dat elke verlangen om deze ruimtes verder te gaan ontdekken de kop dreigt in te drukken. Ik moest denken aan het werk van David Lynch, met name aan The Red Room in Twin Peaks. En naturlijk aan de wereld van M.C. Escher. Tegelijkertijd kijk ik met bewondering naar elke nieuwe kamer die steeds uniek is qua indeling en inrichting, de ene nog duisterder en visueel betoverender dan de andere. Dit is een horrorfilm die je nieuwsgierig maakt naar wat er achter die deur zit in plaats van te schreeuwen: ‘Get out of here!’
Thematisch kun je de film zien als een commentaar op de staat van de mensheid in het post-COVID-tijdperk, de totale afhankelijkheid van de online wereld en AI-systemen en de diepe lagen die iedereen in zijn of haar brein heeft. De film levert kritiek op mensen die vertrouwen op het kunstmatige en niet meer in staat zijn om echt menselijk contact te maken. Dat zou je er althans in kunnen zien. Expliciet wordt het niet en het is aan de welwillende kijker om er dit soort lagen in te ontdekken. Parsons lijkt zich ook in te houden, alsof hij niet verder durfde of mocht gaan. Hij gaf Mary een voorgeschiedenis met een moeder die nogal de weg kwijt was, maar het voegt weinig toe aan de beleving van de film. Die is verreweg het sterkst als hij zich volledig richt op de vervreemdende achterkamers. Met de komst van een soort verwrongen versie van Clark graaft Parsons nog een laag dieper en betreedt hij wat we wel de ‘uncanny valley’ noemen. Het was interessant geweest als hij nog een paar extra stappen had gezet en volledig de bocht uit was gevlogen. Backrooms struikelt dus wat bij het zoeken naar een balans tussen de beklemmende sfeer en de grotere thematische ambitie, maar Kane Parsons levert nog steeds een van de meest meeslepende en huiveringwekkende horrordebuten van de afgelopen jaren af.