De periode 1934-1936 wordt alom erkend als een overgangstijd in het oeuvre van M.C. Escher. Langzaam bewoog hij zich af van zijn interpretaties van veelal Italiaanse landschappen, op zoek naar iets nieuws. Dat leidde tot wat je een hoofdthema van hem zou kunnen noemen: het vervlechten van werelden die niet bij elkaar (kunnen) horen en ze samen laten bestaan in één beeld. Dat begon door met het extreme perspectief van een bolspiegel de blik op zichzelf en zijn omgeving te zetten. Twee andere vroege voorbeelden van het vervlechten van werelden zijn Stilleven met spiegel en Stilleven en straat. Later zou dit verbeelden van het onmogelijke leiden tot prenten als Andere wereld, Dubbele planetoïde, Zwaartekracht, Relativiteit, Prentententoonstelling, Bélvèdere en Waterval. Op deze route bewandelt Escher met Droom (Mantis Religiosa) een opvallend zijpad. Hierin is het onmogelijke te zien als een droombeeld, waarbij Escher ook expliciet benoemt dat het om een droom gaat.

Op deze houtgravure zien we wat lijkt op een marmeren sarcofaag van een religieus figuur. Op zijn hoofd prijkt een mijter, waarmee dit dus een bisschop zou zijn. Op zijn borst zit een gigantische bidsprinkhaan. Escher plaatst ze in een gewelf dat door de vorm associaties oproept met een kerk. Los in de ruimte staan nog een tweede gewelf en een derde gebouw. Het grondvlak waar ze op staan, houdt plotseling op. Daarachter is niets, een suggestie van een leegte die zich tot het oneindige uitstrekt.

Escher zei over de prent (in een lezing die hij zou geven in 1964, maar die vanwege ziekte niet door ging):

‘The print Dream combines three distinct elements: first the architecture, a reminiscence of a curious little twelfth-century church in southern Italy. It consisted of loose cross vaults under on overhanging rock. Secondly, the marble sarcophagus with the recumbent figure of a bishop, which l saw in the crypt at Saint Peter’s in Rome. And thirdly, an insect common in southern Italy, a praying mantis. It sat down on the edge of my drawing folder, while l was sketching somewhere in Sicily, long enough to be pictured in detail. My only intention was to suggest an impression of three-dimensionality, of endless depth.’

Alle losse elementen die je hier ziet, heeft Escher zelf dus ook eerder gezien. De kerk is de Porta Maria dell’Ospidale in Ravello die hij eerst tekende en later vastlegde in een prent. De bisschop trof hij aan in de Vaticaanse catacomben onder de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Het is de tombe van kardinaal Pedro da Fonseca (overleden 1422). De bidsprinkhaan had hij in 1930 getekend, toen hij het insect aantrof tijdens een bezoek aan Pentedatillo. Een jaar hiervoor maakte Escher een serie prenten over nachtelijk Rome en in 1935 en 1936 maakte hij ook gedetailleerde prenten van een sprinkhaan, scarabeeën en een libelle.

Droom lijkt in dit rijtje te passen, maar dat ligt toch anders. Escher maakt hier echt een uitstapje naar een ander universum. Hij combineert weliswaar beelden die hij zelf eerder zag, maar door het reuzenformaat van de bidsprinkhaan, de losse architectonische elementen, het nachtelijke decor, het plateau dat lijkt te zweven en de suggestie van oneindigheid is het resultaat iets volstrekt unieks. Het is een prent die niet van deze wereld lijkt en doet denken aan het surrealisme, dat in die periode op zijn hoogtepunt was en waarin dromen een belangrijke rol spelen. In zijn boek M.C. Escher, Grafiek en Tekeningen gaat hij in op het dromen:

‘Droomt de bisschop van een biddende roofsprinkhaan, of is de gehele verbeelding een droom van de uitbeelder?’

Binnen het surrealisme waren theorieën van Sigmund Freud populair, met name de droomduiding. Zeker weten doen we dit niet, maar de kans is aanwezig dat Escher daarmee bekend was. Escher werpt zelf ook de vraag op of hij dit tafereel zelf gedroomd heeft, maar hij geeft er nooit antwoord op. ‘Mantis Religiosa’ is de Griekse benaming voor de Europese bidsprinkhaan, die Escher op deze prent afbeeldt. Het woord ‘Mantis’ is Grieks voor profeet of waarzegger. Door deze semantiek ontstaat er een suggestieve link met de door Freud verspreidde theorie dat dromen iets zouden kunnen zeggen over de toekomst. Escher benadrukte altijd dat hij geen boodschappen in zijn prenten verborg en dat hij de interpretatie aan de kijker overliet, maar door een bisschop te combineren met een biddende sprinkhaan geeft hij toch wel een flinke aanzet voor een mogelijke ironie.

Giorgio de Chirico, The Soothsayer's Recompense, olieverf op doek, 1913. Collectie: Philadelphia Museum of Art.

Giorgio de Chirico, The Soothsayer’s Recompense, olieverf op doek, 1913. Collectie: Philadelphia Museum of Art.


De prent doet ook sterk denken aan de dreigende en poëtische werelden van Giorgio de Chirico. Hierin spelen lege pleinen, lange schaduwen, anonieme mensfiguren en architectuurelementen als bogen en zuilen de hoofdrol. Escher gebruikt echter geen schaduwen, zijn scène speelt zich af in de nacht. Hij creëert een minimalistisch beeld waarin een bidsprinkhaan gestoord lijkt te worden tijdens haar activiteiten. Ze kijkt de kijker aan, de vierde wand doorbrekend, waardoor de spanning extra wordt opgevoerd. Eschers prenten lenen zich uitermate voor interpretatie en dat geldt zeker ook voor deze. Een verontrustend, bijna sinister beeld dat opvallend is in Eschers oeuvre.

Dit artikel verscheen eerder op www.escherinhetpaleis.nl