Ik heb tijdens mijn studietijd een werkstuk gemaakt over de Odyssee, voor het vak kunstgeschiedenis. Ik ging op zoek naar de verbeelding van het verhaal door kunstenaars, in de vorm van tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerken, gravures, etsen en andere uitingsvormen. Het bleek al snel dat er talloze voorbeelden waren, al moest ik die wel opzoeken in boeken. Er was nog geen internet. Als onderdeel van deze opdracht las ik ook het boek. Dat was geen straf; de Odyssee is een geweldig verhaal over een man die talloze avonturen beleeft tijdens zijn pogingen om thuis te komen op Ithaka en bij zijn vrouw Penelope, die intussen belaagd wordt door een leger aan vrijers die haar voor zich willen winnen. De Odyssee zit vol mythische namen als Circe, Kalypso, Nausikaä, de Laistrygonen, de Faiaken, de Lotofagen, Aeolus, de runderen van Helios, Scylla en Charibdis, de cycloop Polyphemos en natuurlijk de goden die dit alles aansturen. Het is wel een verhaal dat een periode van 10 jaar beschrijft, nadat Odysseus eerder al 10 jaar de stad Troje belegerd had. De Odyssee is dus niet alleen voor de man zelf een uitputtingsslag, ook de lezer moet veel verwerken.
In de verfilming kiest Christopher Nolan er dan ook voor om niet alles uit het verhaal van Homerus aan bod te laten komen. Zo vervallen de episodes bij Nausikaä en de Faiaken, bij Aeolus en bij de Lotofagen. Ook schuift hij wat met de chronologie en gebruikt hij veel flashbacks om terug te gaan in de tijd. Al is dat iets dat juist ook in de Odyssee zit. Nolan staat bekend om de manier waarop hij in zijn films met tijd speelt, zowel wat betreft de structuur als de feitelijke verhaallijn. In The Odyssey is dat niet anders en hier is het ook een zeer logische keuze. Voortdurend is te zien hoe scènes uit het verleden en het heden elkaar overlappen. Nolan visualiseert daarmee hoe een zich langzaam ontvouwende herinnering werkt, als Odysseus erachter probeert te komen wat hij allemaal heeft meegemaakt. Het helpt ook om het tempo erin te houden, omdat de rustmomenten tussen gebeurtenissen niet in die herinnering en in dat geheugen zitten. Omdat het boek zo ook is geschreven (al zit de herinnering daar in de episode bij de Faiaken) is het volkomen logisch dat de film het tussenliggende negeert en in plaats daarvan de nadruk legt op de grote, epische momenten. Daarmee krijgt de film een structuur waaraan je je als kijker kunt hechten en waarmee je zelf ook kunt werken aan het totaalplaatje. Je ontdekt als het ware steeds een nieuwe laag of een nieuwe context, net als Odysseus zelf. Sterk voorbeeld daarvan is het Paard van Troje, waarop de film steeds weer terugkomt. Een list die slaagt maar die Odysseus ook opzadelt met een gevoel van schaamte door het geweld waarmee Troje wordt ingenomen. Daarnaast wordt hier voor het eerst de toorn der goden gewekt, met grote gevolgen voor zijn beoogde terugkeer naar huis.
Door dat heen en weer springen in de tijd en door te wisselen tussen veel aandacht voor personages en episodes of ze juist slechts kort aan te stippen, raak je als kijker wel gedesorienteerd. Hoe zat dat nu precies? Waar zijn we in de tijd? Maar dat is ook de bedoeling. Ook de kijker moet Ithaka zien te bereiken en zich zien te herinneren wat er allemaal is gebeurd.
In dat proces ben je, net als Odysseus zelf, door de mangel gehaald. Dit is een luidruchtige en ontzagwekkende film die je meevoert en je de golven, de stormen en de omvang van alles laat voelen. Vaak zat ik met open mond te kijken, zo oogverblindend is het. Veel van de scenes doen denken aan de grootse epische films uit de geschiedenis, gemaakt lang voor het bestaan van CGI. Het ziet er verbluffend uit, maar ook echt. Veel ervan is dat ook. De film is opgenomen op echte locaties over de hele wereld, en Nolan en cameraman Hoyte van Hoytema brengen dit in beeld met een grootsheid en geloofwaardigheid die vergelijkbaar is met David Leans Lawrence of Arabia.
Wat Odysseus meemaakt is vaak gruwelijk en Nolan schrikt er niet voor terug om die gruwelen te laten zien. De cycloopscène bijvoorbeeld met een monsterlijke eenogige reus die Odysseus’ mannen opeet als de Saturnus van Francisco Goya. De Circe-scène is zo vreemd en wellustig dat je je ogen er niet van af kunt houden. De Laistrygonen zijn hier geen reuzen die mensen eten maar ze wel afslachten, gehuld in ontzagwekkende harnassen. En Hades, de onderwereld, is hier echt doods, leeg en zwart. Voeg daarbij het geweld van Scylla en Charibdis en je hebt bijna een gevoel van buitenaardsheid. Dat gevoel wordt helaas ook met regelmaat onderbroken in de scenes op Ithaka, waar de ‘vrijers’ zich doelloos vermaken en er eigenlijk weinig gebeurt. Toch keert Nolan er veel terug. Ook vind ik scènes soms wat rommelig of voelt het, ondanks de lengte, of Nolan zaken afraffelt.
Er was vooraf veel te doen over de Amerikaanse cast en het kostuumontwerp maar het heeft weinig zin om deze verfilming langs de meetlat van geloofwaardigheid te leggen. Het verhaal zelf is al ooit bedacht en was toen ook al fabelachtig. Een wereld waarin mythische wezens en goden het de mens moeilijk maken, als verklaring voor alles wat niet te snappen is. Daarbij komt dat dit een film is een voor een groot publiek en dat wil je bedienen met herkenbare acteurs en visuele krachtpatserij. Odysseus stond bekend als de slimste aller Grieken maar in de versie van Nolan en Matt Damon is hij ook een twijfelende man die geregeld verkeerde keuzes maakt en zeker niet de onfeilbare held is die je zou verwachten. Hij en zijn mannen staan vaak machteloos en veelal is het meer geluk dan wijsheid als hij een confrontatie overleeft. Daarmee wordt het wel makkelijker je met hem te identificeren. Nolan creert zijn eigen versie van een legendarisch boek maar handhaaft de belangrijkste lessen daaruit. Het belang van gastvrijheid en van beschaving, de ambigue held en de onbetrouwbaarheid van zijn geheugen,
The Odyssey herinnert ons er op indringende wijze aan dat dit eeuwenoude verhaal ook nu nog, 3000 jaar later, enorm krachtig is. Een epische film van een meesterlijk filmmaker.
- Odysseus en Polyphemus, Arnold Böcklin, 1896. Museum of Fine Arts Boston
- Francisco Goya, Saturnus eet zijn kinderen (links) en Polyphemus in de film
- Jacob Jordaens, Odysseus redt zijn metgezellen van Polyphemus, ca 1630. Pushkin State Museum of Fine Arts
- Vaarwel aan Kalypso, Samuel Palmer, 1848-49, The Whitworth, University of Manchester
- Frederick Stuart Church, Circe and the Enchanted Lions. 1909. Gift of William T. Evans, Courtesy of the Smithsonian Art Galleries, Washington,
- John William Waterhouse, Ulysses and the Sirens, 1891. National Gallery of Victoria





