Het zou eigenlijk best logisch zijn geweest als Paul Verhoeven de originele versie van The Running Man had gemaakt. Het thema van een door geweld en tv geobsedeerde dystopische samenleving past hem als een handschoen. Maar hij was al bezig met Robocop. Dat is een betere film dan de versie die Paul Michael Glaser met Arnold Schwarzenegger maakte en ook deze remake had wel wat meer Verhoeven kunnen gebruiken.
The Running Man is gebaseerd op een kort verhaal van Stephen King, een geweldig uitgangspunt voor een over-the-top actiefilm die zich afspeelt in een dystopische wereld waarin de gewone man weinig te vertellen heeft en volledig is overgeleverd aan marketing en media. Subtiel is het niet maar het werkt wel. Regisseur Edgar Wright doet een poging om Paul Verhoeven te kopiëren maar hij durft niet door te pakken, het voelt als een Verhoevenfilm met de rem erop. Deze remake bevat elementen uit Robocop en Total Recall maar ook uit klassiekers als Network en 1984.
Ben Richards (Glen Powell) is onlangs zijn baan kwijtgeraakt en op de zwarte lijst gezet, waardoor hij nu niet meer in staat is om de medicijnen te betalen die zijn dochtertje nodig heeft om te overleven. In een poging om het geld te verdienen dat het leven van zijn dochter kan redden, schrijft hij zich in voor een van de vele gewelddadige spelshows die het zogenaamde Network op tv uitzendt, waarin ze beweren dat je tussen de honderden en zelfs een miljard dollar kunt winnen. Het Network selecteert Ben voor hun populairste programma, The Running Man. Deelname betekent dat hij dag en nacht wordt opgejaagd door vijf elitejagers, maar ook door de kijkers van de show, en dat hij wordt gedood als hij wordt gepakt. Hoe langer hij echter overleeft, hoe meer geld hij voor zijn gezin verdient. Mocht hij de volledige dertig dagen doorkomen zonder te sterven, dan wint hij een miljard dollar.
Dat is dus een geweldig uitgangspunt maar toch vind ik de film wat matjes, zowel in de actie als de comedy. Er zijn zeker sterke voorbeelden van beiden maar Wright had wel wat verder mogen gaan. Ook in de satire, die hij nu wel aanstipt maar wat mij betreft niet extreem genoeg. Glen Powell is prima in de lead maar mist het charisma dat nodig is om de kijker echt mee te nemen. Al doet hij wel zijn best met een aantal scenes waarin hij iets onverwachts kan doen. Wel een aantal leuke bijrollen van Michael Cera, Colman Domingo (de gameshowhost die wel lekker extreem is), William H. Macy, Lee Pace en Josh Brolin.