Critici lopen weg met deze serie. Het regent sterren in de recensies en Widow’s Bay won maar liefst 14 Emmy’s. Ik was dus heel nieuwsgierig. Aanvankelijk werd die nieuwsgierigheid ook beloond maar naarmate het seizoen vorderde, verloor ik steeds meer mijn interesse. De serie mengt comedy en horror maar overtuigt wat mij betreft op geen van beide fronten. De serie is niet eng en maar af en toe grappig. Ik moest denken aan How to Get to Heaven from Belfast, waar ik ook niet overtuigd raakte van de genremix.

Widow’s Bay begint met de ambitie van burgemeester Tom Loftis (Matthew Rhys) om een afgelegen eiland in New England om te toveren tot het nieuwe Martha’s Vineyard. Het stadje (dat zo uit een Stephen King boek had kunnen komen) heeft toeristen nodig, de bedrijven hebben geld nodig en Tom wil dat de inwoners geloven dat hij een betere toekomst voor hen kan opbouwen. Het probleem is dat iedereen, op Tom na, gelooft dat Widow’s Bay vervloekt is. Tom denkt dat dit bijgeloof de stad tegenhoudt. Maar het blijkt dat juist de behoedzaamheid van de bewoners misschien wel de enige reden is dat er nog iemand in leven is. Het blijkt namelijk al snel dat ze gelijk hebben. En Tom moet steeds meer toegeven dat er inderdaad iets mis is.

Dat is op zich een interessant uitgangspunt maar wat mij betreft werkt de combi dus niet. Als een scene eng zou moeten zijn, wordt hij dat niet omdat de makers nooit echt de horror opzoeken. Het blijft allemaal vrij onschuldig. Alle bewoners hebben zo hun eigen verleden met het eiland en de dreiging die erbij hoort, maar het blijft allemaal bij suggestie. De serie wordt deels gered door de sterke acteerprestaties. Matthew Rhys (The Americans) won een Emmy en dat is terecht. Hij is heel goed in het varieren tussen diepgevoelde interesse, ongeloof, onzekerheid en angst. Ook de rest van de cast is prima. Maar ik ga dus niet mee in de adoratie voor de serie als geheel.