Ja, daar heb je Wikipedia wel bij nodig. Iedereen kent de IRA, Bloody Sunday, Sinn Féin en het geweld in de jaren 70 en 80. Maar de IRA is eigenlijk een verzamelnaam voor allerlei Ierse vrijheidslegers, inclusief aftakkingen voor wie de strijd nog wel wat heftiger mocht. En die strijd werd ook al heel lang gevoerd. The Wind That Shakes the Barley concentreert zich op 1920-1921, de oorlog tussen de Britse bezetters en de Ierse vrijheidsstrijders die bekend staat als Irish War of Independence. Die leidde tot de Anglo-Irish Treaty, een bestand dat weer de start vormde voor de Irish Civil War.
Regisseur Ken Loach en scenarist Paul Laverty zijn echter minder geïnteresseerd in de politieke aspecten of de keuzes van de Britten. Het gaat hen om de gevolgen voor de mensen in die oorlog, wat deze extreme situatie met ze doet. Al laten ze er geen twijfel over bestaan wie de schurken in dit verhaal zijn; de vijand heeft hier geen enkele positieve eigenschap. Vanaf het begin, wanneer ze een Ierse boerderij overvallen, begaan de ‘Black and Tans’ (de paramilitaire Britse politiemacht die in 1920 en 1921 door de Britse regering werd ingezet) wreedheden die direct alles op scherp zetten. Ook de landeigenaren (die aan de kant van de Britten staan) zijn onverdraagzame tirannen. Damien Donovan (Cillian Murphy) wordt dan ook direct voor het blok gezet: vertrekt hij naar Londen om geneeskunde te studeren of sluit hij zich aan bij de gewapende opstand tegen de Britten?
Onrechtvaardigheid is in de wereld van Loach meestal een eenvoudige zaak. Het schuilt in de gewetenloze, ontmenselijkende uitoefening van macht jegens diegenen die geen macht hebben. De complicaties ontstaan wanneer de machtelozen proberen terug te vechten. The Wind That Shakes the Barley toont dan ook niet alleen de meedogenloosheid van de bezetters. Ook de opstandelingen, die zich organiseren in ‘flying columns’ ontkomen er niet aan om ingrijpende beslissingen te nemen. Tot de meest aangrijpende scènes behoren de executies van een informant en een landeigenaar, moorden die een ommekeer van opstand naar burgeroorlog aankondigen.
Loach benadert deze oorlog, waarvan hier een korte periode wordt uitgelicht maar die bijna 100 jaar zou duren, met zijn kenmerkende mix van realisme en humanisme. In een strijd als deze vechten compromissen en nederlagen en triomfen en hoop allemaal om voorrang. In een wrede twist van de werkelijkheid wordt dit nog verder op scherp gezet als de Britten en Ieren in 1921 een bestand tekenen dat door een deel van de opstandelingen geaccepteerd wordt en door een deel niet. Zo komen voormalige kameraden tegenover elkaar te staan en wordt het drama nog groter. Loach wordt daarbij geholpen door een geweldige cast die de film niet zozeer acteren maar echt beleven. Hun politieke debatten en discussies komen net zo authentiek over als wanneer je kijkt naar echte mannen en vrouwen die worstelen met de pogingen om een land te bevrijden, terwijl ze daarbij hun ziel verliezen. De parel in deze kroon is ongetwijfeld Cillian Murphy. Hij is opgegroeid in County Cork, het gebied waar de film zich afspeelt, en het lijkt alsof hij geboren is om de rol van Damien te spelen. Zijn aanvankelijke terughoudendheid om zich in de oorlog te mengen, maakt al snel plaats voor een loyaliteit aan familie en vaderland die door schijnbaar geen enkele beproeving of gebeurtenis te doorbreken is. Scènes waarin hij de vaak gruwelijke taken van de IRA moet uitvoeren, kosten hem enorm moeite en je ziet hem lijden onder deze druk. ‘I’ve studied anatomy for six years, and now I’m going to shoot this man in the heart‘, zo zegt hij als zo’n moment zich aandient. Zijn personage is tragisch; hij probeert een normaal leven op te bouwen met zijn vriendin Sinead, maar zijn liefde voor het vaderland botst met zijn liefde voor zijn familie. Damien bewandelt een onmogelijke weg waar geen verlossing mogelijk lijkt.